

Onderhoud van een molen vraagt geduld en een scherp oog. Tussen alle zware balken en draaiende delen is het gaande werk het kloppende hart van het gebouw. Wie op de bovenste verdieping de kap binnenstapt, ruikt direct de combinatie van oud hout en smeermiddelen.
Tussen het bovenwiel en de bonkelaar grijpen grote houten kammen (tanden) in elkaar. Om die kammen in elkaar te laten grijpen en om slijtage te beperken, moeten ze regelmatig worden ‘gewassen’.
Dit wordt met grote regelmaat gedaan, afhankelijk van de hoeveelheid die de molen draait, doorgaans enkele keren per jaar. Van oudsher werd met een kaarsje een blokje bijenwas verwarmd en vervolgens werd een beetje van de gesmolten was op de zogenaamde werkzijde van de kam aangebracht. Veel molenaars kiezen er tegenwoordig echter voor om voor middel van een pannetje en een elektrisch kookplaatje wat bijenwas te smelten en dit met een kwast aan te brengen.
Hiernaast het gaande werk, tussen b en c grote houten kammen.
