MOLEN DE STER

De Ster, Winsum
De Ster, Winsum

Deze koren- en pelmolen aan de Molenstraat staat op de molenberg. Ooit stond op deze plek de kerk van het Dominicanerklooster. Boven de deur ziet u het wapen van Winsum met daarin de zevenpuntige ster waarnaar deze molen werd vernoemd. Het wapen toont een ridder te paard met een dame achter zich in amazonezit.

De molen werd in 1851 gebouwd door molenmaker H.S. ten Have uit Mensingeweer, in opdracht van molenaar Pieter Gerrits Wildeveld. Het was de opvolger van een standerdmolen uit 1628, die voor de bouw werd afgebroken. Diverse eikenhouten onderdelen werden hierbij hergebruikt. Zo werd het oude bovenwiel voorzien van een nieuwe velg en doet sindsdien dienst als spoorwiel in de huidige molen.

De grondwetswijziging van 1848 luidde destijds een nieuw tijdperk in voor Groningse molenaars. Doordat de belasting op het gemaal geleidelijk werd afgeschaft, werd het toegestaan om zowel koren te malen als gerst te pellen op dezelfde molen. Dit maakte de bedrijfsvoering aanzienlijk efficiënter: bij matige wind kon de molenaar graan malen, terwijl hij bij krachtige wind de zwaardere pelstenen in beweging zette.

Oorlogsjaren en modernisering
De technische uitrusting van De Ster was indrukwekkend. Naast een koppel maalstenen en twee pelstenen bevatte de molen oorspronkelijk ook een koppel mosterdstenen (waarvan de lopersteen tegenwoordig nog is ingemetseld in de muur bij de parkeerplaats aan de Regnerus Praediniusstraat). Om de concurrentie met mechanische pellerijen aan te kunnen, volgden tussen 1900 en 1938 ingrijpende moderniseringen aan het gevlucht, zoals de introductie van zelfzwichting en het Van Bussel-stroomlijnprofiel.

In januari 1938 sloeg het noodlot toe tijdens een storm: terwijl er werd gepeld, brak het hekwerk van een van de wieken af, wat zorgde voor aanzienlijke schade aan het gangwerk. Deze tegenslag viel samen met een economische neergang; door gebrek aan werk draaide de molen in 1940 nog maar nauwelijks.

De situatie verergerde op 10 mei 1940, de dag van de Duitse inval. Bij het opblazen van de stenen boogbrug in Winsum raakte de molen zwaar beschadigd door rondvliegend puin. De herstelkosten kon molenaar Luitje Noordhof onmogelijk zelf opbrengen, waardoor de molen in slopershanden dreigde te vallen. Gelukkig sprongen de gemeente Winsum en de vereniging De Hollandsche Molen in 1941 financieel bij voor het herstel.

Rond 1945 wekte Noordhof met de molen elektriciteit op om op de begane grond een koppel stenen aan te kunnen drijven met een zware elektromotor, voor als de wind het liet afweten.

Wisselende eigenaren
Op 1 mei 1948 verkocht Noordhof zijn molen aan Onne Nienhuis en verhuisde naar het westen van het land. Nienhuis, afkomstig uit een molenaarsfamilie te Hornhuizen, emigreerde in 1951 met zijn gezin naar Newton (USA). Daarna werd J. Hekman kortstondig eigenaar, in 1952 opgevolgd door H. van Hoorn.

In 1961 werd de molen voor 5.000 gulden eigendom van de gemeente Winsum. Vervolgens voltrok zich vanaf 1962 een grootschalige restauratie die in 1971 gereed kwam. De stelling kreeg bij deze restauratie een betonnen binnensluiting en om de oude veldmuren van het achtkant te verstevigen werd er een halfsteens muur omheen gemetseld, wat de molen zijn huidige, forsere uiterlijk gaf. Het gevlucht werd teruggebracht naar één roede met Oudhollands hekwerk en één roede met zelfzwichting. Na 1971 werd, met de komst van vrijwillige molenaars, weer geregeld met de molen gedraaid.

Onderhoud en beheer
In 1993 nam de Molenstichting Winsum de molen voor het symbolische bedrag van één gulden over van de gemeente. Vanwege de matige staat van onder meer het wiekenkruis werd de molen in 2007 voor enige tijd stilgezet. In oktober 2008 werden de schoren vervangen en kreeg de buitenroe nieuwe aluminium kleppen.

In december 2019 werd begonnen aan een nieuwe noodzakelijke restauratie waarbij de kammen van het bovenwiel en de bonkelaar zijn vervangen en de kap weer waterdicht is gemaakt. In 2022 werd de 57 jaar oude buitenroede vervangen door een nieuw exemplaar (de Bremer/Nieman 321), waardoor de molen er vanaf het najaar van 2022 weer als vanouds bij staat. Tevens werd de molen in deze periode voorzien van een toiletvoorziening en werd het maalkoppel opnieuw afgesteld, waarmee de totale kosten van deze recente werkzaamheden uitkwamen op € 132.585,-.

Chronologisch overzicht eigendomsgeschiedenis
1851: Pieter Gerrits Wildeveld (opdrachtgever bouw)
1854: L. Sijbolts
1876: J. Bos, daarna J. Knol
1896: P. Bieuwinga
1932: Weduwe P. Bieuwinga (Luitje Noordhof actief als molenaar, vanaf 1937 als eigenaar)
1948: Onne Nienhuis
1951: J. Hekman
1952: H. van Hoorn (zoon J. van Hoorn gebruikte de molen tot 1975 voor opslag)
1961/1962: Gemeente Winsum (aankoop en start grote restauratie)
1993: Molenstichting Winsum (huidige eigenaar)

Constructie

Romp

Kap

Vlucht

Wiekenvorm

Wiekenkruis

Bovenas

Kruiwerk

Vang

Inrichting

Overbrengingen











Versieringen






Molenmaker

Opdrachtgever

Links
allemolens.nl
voorganger de Ster

Houten achtkant, gedekt met dakleer, op stenen onderbouw

Gedekt met vertikaal gepotdekselde planken

22,40 m.

Binnenroede Oud-Hollands; buitenroede systeem Van Bussel met zelfzwichting en neusremkleppen

Voeghoutenkruiwerk; kruilier (elektrisch aangedreven) met rondgaande ketting

Bovenste helft Vlaamse vang, onderste helft ijzeren hoepelvang; vangbalk met duim; vangstok

Eén koppel 17der kunststenen en twee pelstenen; kammenluiwerk
Bovenwiel 76 kammen
Bovenbonkelaar 34 kammen
Kammenluitafel 31 kammen
Luiaswiel 20 kammen
Spoorwiel 106 kammen
Pelschijflopen 20 staven
Steenschijfloop 28 staven
Overbrengingsverhoudingen 1 : 8,46 (maalwerk) en 1 : 11,85 (pelwerk)Versieringen
Het spoorwiel is een omgebouwd bovenwiel (met een andere velg) en afkomstig uit de voorganger van De Ster, een standerdmolen.

Eenvoudige baard, wit geverfd, rood afgebiesd, met het opschrift ‘De Ster’
Sluitsteen in de toog boven de ingangsdeuren met daarin klein, maar bijzonder sierlijk het wapen van de (vm.) gemeente Winsum.
In verband met de gemeentelijke herindeling van 1990 is voor de nieuwe gemeente Winsum een ander wapen ontworpen, iets wat in 2019 alweer is achterhaald.
De kroonlijst aan de bovenzijde van de romp is rood-wit-blauw geverfd. 

H. ten Have, Mensingeweer (1851)

P.G. Wilgeveld