Bijzonder schilderij na halve eeuw terug in De Ster

Ruim vijftig jaar hing het olieverfschilderij van korenmolen De Ster in een woonkamer in Pretoria, strak naast de Hollandse klok. Pieter en Jeltje Muller namen het doek in 1972 per schip mee toen zij vanuit Kollum naar Zuid-Afrika emigreerden. Het werk was afkomstig uit de familie van moederszijde, Bieuwinga, die destijds eigenaar was van de Winsumer molen.

Aan het einde van zijn leven stemde vader Pieter er op zijn sterfbed mee in om het doek terug te geven aan Winsum. De familie wilde voorkomen dat het erfstuk bij volgende generaties uit het oog zou raken of verhandeld zou worden. Vrijdagochtend 4 september 2026 overhandigden Jannette, Jacqueline en Jaap Muller het doek in een goedgevulde molen aan Molenstichting Winsum onder de titel A Gift returned home.

Wie het doek zo’n tachtig jaar geleden precies heeft geschilderd en hoe het destijds in bezit van de familie Bieuwinga kwam, is nog een open vraagstuk. De signatuur in de hoek is moeilijk te ontcijferen en historisch onderzoek moet nog uitwijzen wie de maker is geweest. Voorlopig heeft het schilderij een vaste plek gekregen op de eerste verdieping van De Ster.

Reportage RTV noord

Dagblad van het Noorden

Het verhaal:

In een woonkamer in Pretoria hing ruim een halve eeuw lang een geschilderd gezicht op korenmolen De Ster, broederlijk naast een Hollandse klok. Het doek had de overtocht per schip gemaakt in 1972, meegenomen door Pieter en Jeltje Muller toen zij vanuit Kollum naar Zuid-Afrika emigreerden. Pieter zocht er het geluk met een eigen juwelierszaak, nadat die stap hem in Nederland niet was gelukt.

Het schilderij stamt uit de familie van moederszijde: de Bieuwinga’s, die destijds eigenaar waren van de Winsumer molen. Pas toen Pieters einde naderde, kwam de bestemming van het stuk ter sprake. Liggend op zijn sterfbed, scherp van geest tot het laatst, stemde hij in met de wens van zijn kinderen om het werk terug te geven aan Winsum. Hij gunde het de geschiedenis; voor zijn kinderen gold vooral dat het erfstuk bewaard moest blijven en niet ergens anoniem op een markt zou wegglijden.

Die cirkel sloot zich op vrijdagochtend 4 september 2026. Jeannette Muller, inmiddels zestig jaar oud, overhandigde samen met haar zus Jacqueline en broer Jaap het doek aan voorzitter Hansmaarten Bolle van Molenstichting Winsum, die het voorlopig een plek gaf op de eerste verdieping van de molen.

Met het linnen keerde ook een hardnekkig vraagstuk terug in het Groninger landschap: wie hield ooit het penseel vast? De sterkste aanwijzingen wijzen naar Izack van Berg, een Joodse handelaar in kleinvee wiens familie al generaties met Winsum vergroeid was. Zijn leven kende ook voor de oorlog al de nodige breuken. In 1922 trad hij in het huwelijk met Johanna van Gelder uit Groningen, waarna ze introkken in een woning aan de Havenstraat. Dochtertje Frederica kwam er ter wereld, maar het huwelijk hield geen stand. Johanna vertrok in 1931 met het kind naar Groningen, waar zij drie jaar later overleed; familie ontfermde zich over het meisje.

Tijdens de bezetting vanaf mei 1940 kromp Izacks wereld in hoog tempo ineen. Door een beroepsverbod mocht hij niet langer handelen. Een kostgangerschap bij een lokale kastelein eindigde daar die als NSB-er geen Joodse kostganger wilde hebben. Van Berg week uit naar pensions in het dorp. Het eerste adres lag in de Molenstraat, schuin tegenover De Ster. Toen ook pensionhouders geen Joodse gasten meer mochten dulden, restte een kamer bij een joodse kennis Jozef Garson aan de Nieuwstraat. Veel beschutting bood Winsum niet, met een eigen Duitse afdeling van de Sicherheitsdienst en een actieve post van de luchtbewaking in de directe nabijheid. Vermoed wordt dat Izack in die benauwde maanden geregeld schuilde in de molen, en dat hij daar, zonder werk en met blik op de wieken, de tijd heeft genomen om het gebouw vast te leggen.

In juli ging Izack naar een werkkamp, in de nacht van 2 op 3 oktober volgde het transport naar Westerbork, en twee weken daarna de trein oostwaarts. Op 22 oktober vond Izack van Berg de dood in de gaskamers van Auschwitz. Rond diezelfde datum werd ook zijn dochtertje daar omgebracht; zijn broers en zussen overleefden de vernietigingskampen evenmin. Voor zijn vroegere woonadres aan de Havenstraat ter hoogte van nummer 18 herinnert een Stolperstein aan hem.

Toch past terughoudendheid, want hard bewijs of hij de schilder was ontbreekt vooralsnog. In een hoek van het doek staat weliswaar een naam, maar die laat zich nauwelijks ontcijferen. Onderduikers hanteerden destijds dikwijls schuilnamen, en nergens in de archieven staat opgetekend dat deze veehandelaar zich met olieverf en linnen bezighield. Ook hoe het stuk vervolgens bij de molenaarsfamilie Bieuwinga belandde, blijft gissen, al wijst de verwevenheid van de Joodse dorpsgenoten met de Winsumer bevolking op mogelijke vriendschap of hulp. Het is nu aan archiefonderzoekers van de historische vereniging om uit te zoeken of deze handtekening daadwerkelijk die van Izack van Berg is, of dat de geschiedenis van het doek een andere maker verbergt.

Leave Comment

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *